De aanslag in Parijs? Ik ben een boek gaan lezen.

Een jaar of dertien geleden vlogen er twee vliegtuigen in twee hoge torens, ergens in de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Alle kranten heb ik de dag erna gekocht. Ik was wekenlang niet bij de televisie weg te slaan. Ik sloeg alle fijne aanbiedingen van vrienden die naar de kroeg wilden af. Overal waar een radio aanstond, bleef ik hangen. Je zou eens wat missen.

Nu is er weer een aanslag. Zoals die er wel al vaker is geweest. Zoals er overal ter wereld zo ongeveer dagelijks aanslagen zijn. Maar die minder het nieuws halen, omdat dat niet ‘ons soort mensen’ zijn. Maar Parijs kennen we. Van Eurodisney. Daar zijn we zelfs wel eens geweest. Nou ja, ik niet, maar u wel.

“Wil je het nieuws niet zien?”, vroeg mijn partner.
“Nee, doe maar uit.”
“Waarom?”

Tja, waarom? Omdat ik inmiddels weet hoe het gaat. Ik weet wie er geïnterviewd gaan worden. Ik weet ook wat ze gaan zeggen. Ik kan al voorspellen wat de meningen zullen zijn. En er zal een stille tocht worden gehouden. Er zal een minuut stilte zijn en er zullen beschaafde protesten komen. Wat ik je brom.

Dat was een jaar of dertien geleden anders. Maar toen werkte ik ook nog bij een krant. Ik was op de redactie toen ’s ochtends op mijn beeldscherm een pop-up verscheen in de categorie Buitenland. Vliegtuig crasht in het World Trade Centre in New York. Groot nieuws en opwinding alom.

Deze aanslag is veel minder groot. En nu werk ik niet meer bij een krant. Gezien de titel van dit stukje maar goed ook. Ooit zei een wat oudere collega dat je na je veertigste moet wegwezen uit de journalistiek. Want dan word je cynisch. En vervelend. Dan heb je het allemaal al eens gezien.

Ik denk dat hij gelijk had.

« Vorig bericht: